Educatief project Erasmiaanse Namen

In schooljaar 2020/2021 vond de pilot plaats van het educatieve project Erasmiaanse Namen. Zeven leerlingen uit klas 6 van het Erasmiaans Gymnasium gaven in juni 2020 aan dat zij hun profielwerkstuk wilden schrijven over Erasmiaanse oorlogsslachtoffers. In deze blogpost een kort verslag.

Zo begon het

Voor de leerlingen was een shortlist gemaakt van oorlogsslachtoffers van wie nog familieleden of bekenden in leven waren. Op de shortlist stonden elf namen. Omdat verwanten een waardevolle bron van informatie zijn, werden de leerlingen gestimuleerd om een naam van de shortlist te kiezen. In overleg mochten ze echter ook een ander Erasmiaans oorlogsslachtoffer onderzoeken, bijvoorbeeld iemand met wie zij iets ‘hadden’.

Je zult merken dat er mensen of namen zijn met wie je iets ‘hebt’. Het kan iets kleins zijn. Misschien heb je dezelfde leeftijd. Misschien ken je iemand met dezelfde voornaam. Misschien woon je in dezelfde buurt (hierover later). Misschien spreekt het je aan dat Egon Stein leraar klassieke talen was of dat Jack van Veen arts was. Misschien vind je op internet een foto van een van deze mensen en denk je: van hem of haar wil ik meer weten. Het kan ook zijn dat je vanwege je eigen familieachtergrond geïnteresseerd bent in Nederlands-Indië, in het verzet of in een bepaald concentratiekamp. In de bijlage staat de lijst met Erasmiaanse oorlogsslachtoffers. Snuffel eens in de lijst. Kijk naar de jaartallen. Laat je leiden door je gevoel.

 

Uit de handleiding voor de leerlingen

Op 15 september 2020 kwam de groep voor het eerst samen. In een workshop kwamen zij tot een keuze voor een of meer Erasmiaanse oorlogsslachtoffers. Twee leerlingen met Indonesische voorouders kozen voor Erasmianen die omkwamen in Japanse krijgsgevangenen- of interneringskampen. Twee andere jongens kozen voor Erasmianen die omkwamen in het verzet. Twee meisjes kozen voor Erasmianen van de shortlist die omkwamen in concentratiekampen. Een jongen ten slotte koos ervoor om onderzoek te doen naar twee lacunes in de geschiedschrijving: het Joods Lyceum Rotterdam en de vermiste oud-leerling Sonja Taub.

Leerling:        – Bij een van de leerlingen staat ‘vermist’.
Begeleider:    – Ja. Sonja Taub.
Leerling:        – Haar wil ik wel onderzoeken.
Begeleider:    – Hoe is je Frans?
Leerling:        – Niet zo goed.
Begeleider:    – Er is een spoor in Frankrijk. Maar dat kan ook gaan om een andere Sonja Taub. Het kan dus zijn dat je niets vindt. Dat is een risico.
 
De leerling nam het risico en onderzocht Sonja Taub. Hij ontdekte niet alleen een klassenfoto waarop zij stond, maar vond ook waar en onder welke omstandigheden zij is opgepakt. Sonja Taub heeft de oorlog niet overleefd. Zij is samen met haar ouders omgebracht in Auschwitz. 

 

Twaalf Erasmiaanse Namen

Uiteindelijk onderzochten de leerlingen twaalf Erasmiaanse Namen. Hieronder staan de onderzochte oorlogsslachtoffers met hun geboorte- en sterfdata.

Voornamen (roepnaam) en achternaam Leeftijd bij overlijden Jaren op Erasmiaans Geboortedatum en sterfdatum en
-plaats
Edward Richard (Edward) Jacobson (74 jaar) 1883–1885 Frankfurt am Main, 20 maart 1870
Semarang, kamp Halmaheira, 29 december 1944
Cornelis Gerardus Wemmerslager van Sparwoude (70 jaar) 1888–1896 Banjoemas, 5 augustus 1875
Semarang, kamp Bangkong, 5 oktober 1945
Jacob Henri (Jack) van Veen* (66 jaar) 1887–1894 Rotterdam, 23 april 1876
Kdo. Auschwitz III-Monowitz, 1 oktober 1942
Ludwig Christoph (Ludwig) Hofmann (42 jaar) 1919–1921 Rotterdam, 19 april 1902
Neuengamme, 19 januari 1945
Elchanan (Egon) Stein* (32 jaar) 1924–1929 Den Haag, 5 juni 1911
Sobibor, 16 juli 1943
David (Davy) Croll)* (32 jaar) 1923–1929 Bussum, 11 januari 1911
Matona (Thailand), 12 juni 1943
Dora Marion (Dora) van Veen* (29 jaar) 1927–1930 Rotterdam, 21 januari 1915
Auschwitz, omstreeks februari 1944
Eslina (Lientje) de Haas* (26 jaar) 1929–1935 Rotterdam, 28 februari 1917
Sobibor, 11 juni 1943
Johan Frans (Hans) van Walsem (26 jaar) 1930–1933 Weltevreden, 14 december 1916
Neuengamme, 2 januari 1943
Gerrit Huig (Gert) de Zeeuw** (25 jaar) 1929–1935 Rotterdam, 6 september 1917
Neuengamme, 18 april 1943
Paul (Paul) Tukker** (21 jaar) 1936–1937 Harlingen, 12 mei 1924
Hamburg-Eppendorf, Stadtkreis Hamburg, 26 mei 1945
Sonja (Sonja) Taub* (17 jaar) 1939–1941 Rotterdam, 8 juni 1927
vermoedelijk Auschwitz, september 1944

*    Erasmiaanse Namen van de shortlist – van hen waren voorafgaand aan het onderzoek verwanten gevonden en/of mensen die hen gekend hadden.
**   Erasmiaanse Namen van wie tijdens het onderzoek verwanten zijn gevonden.

 

Brieven en dagboeken

Zonder uitzondering wisten de leerlingen ongelooflijk veel informatie boven water te halen. Zij vonden foto’s, documenten, familieleden, interessante anekdotes en publicaties van of over de oorlogsslachtoffers. Vier van de zeven leerlingen hadden contact met verwanten of bekenden van de oorlogsslachtoffers die zij onderzochten. Dit was zeer indrukwekkend, zowel voor de leerlingen als voor de nabestaanden of verwanten, die dankbaar waren voor de aandacht voor hun oom, oudoom, broer, moeder of opa. 

Enkele weken voor de tentoonstelling vond Stichting Sanderling nog familieleden van Paul Tukker en Gert de Zeeuw. Zij bleken te beschikken over brieven die deze Erasmiaanse verzetsstrijders verstuurden vanuit het Oranjehotel en kampen. Er kwam zelfs een dagboek boven water, geschreven door Paul Tukker in de meidagen van 1940. Een selectie uit dit zeer waardevolle materiaal is tentoongesteld op school.

 

Vitrine op het Erasmiaans Gymnasium met brieven, foto’s en dagboekfragmenten van de Erasmiaanse oorlogsslachtoffers Gert de Zeeuw en Paul Tukker. Met veel dank aan hun nabestaanden. Foto: Anne Schram Ouweneel.

 

Artikel in NRC

Op 30 april 2020 publiceerde NRC een groot artikel over Erasmiaanse Namen in haar Rotterdam-bijlage, onder de titel ‘Leerlingen brengen ‘lege’ namen Erasmiaans Gymnasium tot leven’. Redacteur Mirjam Remie, zelf ook oud-leerling van het Erasmiaans, interviewde hiervoor Ties Hoogeveen en Anne Schram Ouweneel.

 

 

 

Wat vonden de leerlingen ervan?

Na afloop van de beoordelingsgesprekken is individueel aan de leerlingen gevraagd wat zij vonden van het project. Desgevraagd gaf iedereen aan dat zij met de kennis van nu opnieuw voor Erasmiaanse Namen hadden gekozen. Dit gold ook voor de twee leerlingen die bij de introductieworkshop aangaven dat zij voor Erasmiaanse Namen hadden gekozen omdat ze niets anders wisten. “Een onvergetelijke ervaring,” zei iemand. Alle leerlingen die persoonlijk contact hadden met nabestaanden, vonden dat het indrukwekkendst.

“Ik denk dat het doel van dit profielwerkstuk, namelijk het voor mij tot leven laten komen van de holocaust, zeker is gelukt. Vooral het zien van de foto’s en het ontdekken van overeenkomsten tussen mijn leven en dat van de joodse slachtoffers maakt dat de oorlog enorm dichtbij komt, iets wat nooit eerder is gebeurd. Er waren bijvoorbeeld momenten dat ik aan het huilen was om Jacky Vieyra. De familie Van Veen voelt als mijn eigen familie, ik lijk ze persoonlijk gekend te hebben.

 

Ook het spreken met Betty Vieyra en Arthur Trijbits kwam hard aan. Vooral aan Betty’s woorden was heel erg te merken hoeveel pijn de oorlog en de nasleep daarvan haar hebben gedaan. Het zien van de stamboom die doodloopt, op Betty’s tak na. Jacky die nooit de kans heeft gekregen om zijn leven te leven. Meer dan ooit heeft dit me doen realiseren dat we het als maatschappij niet mogen laten gebeuren dat families zo verscheurd worden, zoals nu gebeurt met vluchtelingen wereldwijd. (…) Ook nu nog zijn er Jacky’s die oorlogsslachtoffer worden. (…) Het opgroeien in een tijdperk van vrede in een westers land heeft ervoor gezorgd dat genocide iets onmogelijks lijkt, iets uit een duister sprookje uit een ver verleden. Toch is er nog steeds genocide gaande (…). Nog steeds worden mensen vervolgd om hun geloof. Het westen kijkt slechts toe, zonder actie te ondernemen. Niemand verdient deze behandeling.

 

Stella Mentink

 

“Nu dit onderzoek is afgelopen voel ik dat ik enorm veel heb geleerd. Zowel op het gebied van historische kennis als op het gebied van schrijven. Het was wel een grote uitdaging om iemand te onderzoeken van wie je niets weet en over wie op internet maar beperkte bronnen staan. Maar uiteindelijk is het wel gelukt, met een verslag dat veel beter werd dan ik had verwacht.”

Johnny Wang

 

“Ik was eigenlijk verbaasd over hoeveel ik te weten ben gekomen over het leven van Sonja. Toen ik begon met mijn zoektocht had ik nooit kunnen voorzien dat Sonja in vier boeken genoemd wordt en dat de auteurs van twee van deze boeken zo behulpzaam zouden zijn om mij van verdere informatie te voorzien. Ik vind het ook mooi dat ik uiteindelijk dankzij meneer Trijbits weet hoe Sonja eruitzag.

(…)

In de periode dat ik bezig was met dit PWS heb ik veel geleerd over de Jodenvervolging in Nederland en Rotterdam in het bijzonder. Het is een onderwerp waarvan ik bij vlagen wel neerslachtig wordt. Het onderzoek (…) was op sommige momenten erg aangrijpend en kwam dichtbij. Zo is Sonja omgekomen in Auschwitz toen ze zo oud was als ik nu ben. Als ze de oorlog had overleefd had ze nu vrijwel even oud kunnen zijn geweest als mijn nu 92-jarige opa.

 

Triest is ook het feit dat het er sterk op lijkt dat het Sonja en haar ouders bijna gelukt was om naar het veilige Zwitserland te ontkomen. Door een noodlottig toeval ging het helemaal mis.

 

Deprimerend is ook om je te realiseren op welke enorme schaal er persoonlijk leed is aangericht door de nazi’s. Het is voor mij eigenlijk verbazingwekkend dat het vooropgezette plan om miljoenen mensen te ontmenselijken en daarna te vermoorden, zo akelig precies uitgevoerd heeft kunnen worden.

 

Een positieve noot is dat er wel mensen waren, zoals die van de Dutch-Paris Escapeline, die met gevaar voor eigen leven probeerden slachtoffers te helpen. Voor Sonja en haar ouders heeft het uiteindelijk niet mogen baten, maar voor veel anderen wel.”

Ties Hoogeveen

 

“Het onderzoek naar de twee mannen was als ervaring heel speciaal. Ze veranderen van alleen maar namen naar echte personen van vlees en en bloed. Het lijkt alsof je ze begint te kennen. (…) Ik vond het interessant om in de archieven te speuren, ik heb dit hiervoor niet eerder gedaan. (…) Gelukkig kon ik veel op het internet vinden, omdat de archieven veelal gesloten waren door het coronavirus.”

Tjalie Mangindaan

 

“Eslina de Haas en Elchanan Stein zijn nu voor mij Lientje en Egon. Ze zijn niet langer namen die ik mij vaag kan herinneren van het oplezen van de lijst van Erasmiaanse slachtoffers. Ze zijn niet langer een naam in een hoofdstuk van de geschiedenis dat zo ver van mij vandaan ligt dat ik er weinig meer bij voel dan bij een tv-serie die ik half volg. Zij zijn Lientje, die met haar zus en broertje limonade verzorgt bij een poeriemkinderfeest, en Egon, die zovelen geluk bracht met zijn humor en zang. Zij zijn de ouders van Lea Stein, die haar eerste verjaardag niet mocht meemaken. Zij zijn niet saai of oninteressant; zij zijn mensen zoals de mensen om mij heen. Zo wordt het besef opgewekt dat zij bestaan en ervaren hebben zoals ik.

(…)

De realiteit is dat de oorlog vreselijk en verwoestend was. Het vergeten en verdwijnen van de pijn doet Lientje en Egon, en ieder die door de oorlog is aangetast, onrecht aan. (…) Het probleem is alleen dat de pijn pas voelbaar is nadat de schade is aangericht. Als men pas handelt op het moment dat dingen pijn beginnen te doen, dan is het al te laat. Achteraf en vanuit historisch oogpunt is het altijd makkelijk de cruciale momenten in de geschiedenis aan te wijzen waarop gehandeld had moeten worden, maar dat is allemaal niets waard als die kennis niet kan worden toegepast op het heden.
(…)
Het onderzoeken van Lientje en Egon heeft mij voor het eerst iets laten voelen bij de Holocaust. Het feitelijk benaderen van de oorlog sinds de basisschool zorgde voor een losgekoppeld gevoel dat mij wel zei dat het allemaal vreselijk was, maar ik had er verder geen connectie mee. Het waren niet meer dan nummers en feitjes. Dit onderzoek heeft mij inzicht gegeven in de pijn die gevolg is van de oorlog en dat het moment dat dingen pijn doen een moment te laat is om te handelen. Dat geldt voor toen en dat geldt voor vandaag. De oorlog is niet iets van een oudere generatie. De gevolgen van de oorlog zijn nog steeds voelbaar en de lessen die ervan te leren zijn, zijn juist uiterst belangrijk voor huidige generaties.”

Dana van Lijf

 

Dank aan de fondsen

Erasmiaanse Namen is mede mogelijk gemaakt door vfonds (het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg), de Erasmusstichting en Elise Mathilde Fonds.

 

             

 

 

uitgelichte foto: carine hekker fotografie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *