Tentoonstelling Erasmiaanse Namen

Wat was het mooi. De stille panelen in de ruimte. De lange banieren met levensverhalen. De 130 Erasmiaanse Namen, opgetekend door Bart Domburg. Het indrukwekkende gedicht van Marjolein Degenaar.

Dit schooljaar schreven zeven leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium hun profielwerkstuk over een of meer Erasmiaanse oorlogsslachtoffers. De resultaten waren te zien op de tentoonstelling Erasmiaanse Namen. De tentoonstelling was op school te zien van maandag 17 mei tot en met vrijdag 28 mei 2021.


Officiële opening

Betty Vos-Vieijra en haar zoon Paul Vos voor de portretten van Betty’s moeder en opa, de Erasmianen Jack en Dora van Veen. “Zij zijn er niet meer,” sprak conrector Chiel Melsert in zijn toespraak, “maar u bent er wel.”

Vanwege corona was de tentoonstelling niet publiek toegankelijk. Wel was er een intieme officiële opening op vrijdag 21 mei. Hierbij waren alleen verwanten en bekenden van de onderzochte Erasmiaanse Namen aanwezig. Conrector Chiel Melsert hield een indrukwekkende toespraak. Een voor een sprak hij de nabestaanden aan. De dochter van Dora van Veen (1915-1944), tevens kleindochter van Jack van Veen (1876-1942). De zus van Paul Tukker (1924-1945). De neef en achterneven van David Croll (1911-1943). De neef van Paul Tukker en de achterneef van Gert de Zeeuw (1917-1943) konden helaas niet aanwezig zijn. Zij richtten een vitrine in met persoonlijke brieven en foto’s van deze oorlogsslachtoffers.

 

Speciale gast

Als speciale genodigde was Arthur Trijbits aanwezig. Zijn naam kwam steeds terug in de tentoonstellingsteksten. Oud-leerling Arthur Trijbits zat in de klas met oorlogsslachtoffer Sonja Taub. Hij zat ondergedoken met Dora en Jacky van Veen, tot de dag waarop deze werden opgepakt. Hij had les van Egon Stein. Hij ontmoette ook diens verloofde, Lien de Haas. Al deze omgekomen oud-leerlingen zijn dit jaar onderzocht door leerlingen van onze school. Zij mochten mijnheer Trijbits benaderen met vragen, en hij antwoordde steeds naar eer en geweten. 

Arthur Trijbits moest de school in 1941 verlaten, op last van de bezetter. Hij kwam terecht op het Joods Lyceum, dat toen speciaal voor Joodse leerlingen werd opgericht. Dankzij de hulp van velen overleefde zijn ouderlijk gezin de onderduik. Na de oorlog bereidde hij zich twee jaar voor op het staatsexamen. Vervolgens wendden zijn ouders zich tot het Erasmiaans met het verzoek om Arthur toe te laten in de zesde klas. Rector Pattist wees het verzoek af. Hiermee, zo erkende Chiel Melsert in zijn toespraak, deed het Erasmiaans Arthur groot onrecht aan. Gelukkig werd hij wel toegelaten tot het Marnix-gymnasium. Daar haalde hij met vlag en wimpel zijn eindexamen.

“Maar u bent en blijft: Erasmiaan,” sprak de conrector. Om dit te bekrachtigen overhandigde hij de heer Trijbits de Erasmuspenning. Deze penning wordt uitgereikt aan elke Erasmiaan die zijn eindexamen aan de school behaalt. Op de penning staat:

In adolescentes bonae spei.

Voor jonge mensen van wie veel verwacht wordt.

De conrector voegde toe dat Arthur Trijbits het oudste jonge mens is dat ooit de penning heeft ontvangen. Mijnheer Trijbits is 94 jaar.

Oud-leerling Arthur Trijbits in het lokaal waarin hij les had van docent ‘natte his’ dr. A.B. van Deinse. Het Erasmiaans Gymnasium hield het authentieke lokaal in stand.

 

Kijkje bij de tentoonstelling

De tentoonstelling was ingericht in de open ruimte op de eerste verdieping van het Erasmiaans. Dit is een relatief rustige ruimte op school, waar toch vele looproutes langskomen. De ruimte grenst aan het monumentale trappenhuis, de docentenkamer en de trappen naar de aula. Aan de achterkant wordt de ruimte begrensd door glas-in-loodramen met een afbeelding van Erasmus. In de opstelling was een doorkijkje gecreëerd waardoor Erasmus te zien was.

De tentoonstelling Erasmiaanse Namen op het Erasmiaans Gymnasium.
Zeven leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium schreven hun profielwerkstuk over twaalf Erasmiaanse oorlogsslachtoffers. Op de tentoonstelling Erasmiaanse Namen waren de resultaten van onderzoek te zien. De onderzochte oorlogsslachtoffers waren Dora van Veen, Jack van Veen, Egon Stein, Lientje de Haas, Sonja Taub, Gert de Zeeuw, Ludwig Christoph Hofmann, Hans van Walsem, Paul Tukker, Edward Jacobson, Cornelis Gerardus Wemmerslager van Sparwoude en David Croll.
Foto: carine hekker fotografie.

 

Aan de achterzijde was een intieme ruimte gecreëerd met de namen van de Erasmiaanse oorlogsslachtoffers, opgetekend door kunstenaar Bart Domburg. Bart Domburg, bekend van de tweets van Trump (NRC en bol.com), heeft de namen van alle Erasmiaanse oorlogsslachtoffers opgeschreven op grote vellen papier, samen met de leeftijd bij overlijden en de plaats en datum van overlijden. Hiermee borduurt hij voort op zijn eerdere werk De Namen (2018), waarvoor hij de namen opschreef van alle 102.000 omgekomen Nederlandse Joden, Sinti en Roma.

Het indrukwekkende kunstwerk Erasmiaanse Namen van Bart Domburg. Foto: carine hekker fotografie

 

Aan de voorzijde en aan de zijkanten van de tentoonstelling hingen lange tekstbanieren met biografische gegevens van de onderzochte oorlogsslachtoffers.

 

 

 

Met deze expositie nodigt de school de huidige generatie leerlingen uit om zowel letterlijk als figuurlijk langer stil te staan bij de personen die schuilgaan achter de namen. De tentoonstelling zal elk jaar rondom de Dodenherdenking opnieuw worden opgebouwd en zal elk jaar worden aangevuld met nieuwe informatie uit het educatieve project.

 

 

 

Dank aan de leerlingen

Dit schooljaar deden zeven zesdeklassers onderzoek naar de Erasmiaanse Namen: Berkan Koçer, Berend ten Brink, Dana van Lijf, Johnny Wang, Stella Mentink, Ties Hoogeveen en Tjalie Mangindaan. Zonder uitzondering wisten zij ongelooflijk veel informatie boven water te halen. Zij vonden foto’s, documenten, familieleden, interessante anekdotes en publicaties van of over de oorlogsslachtoffers. Meer kunt u lezen in deze blogpost over het educatief project.

De tentoonstelling had nooit gemaakt kunnen worden zonder de hulp en de adviezen van vier leerlingen: Anna PuntKatinka FroonRosalie Boddé en Vera Gautier. Vanaf het begin dachten zij mee over de plaats voor de tentoonstelling, de opstelling, de looproute, de bevestiging van de tentoonstellingsteksten, de opening en de genodigden. Zij dachten na over de vragen ‘Wanneer ben je Erasmiaan?’ en ‘Wanneer mag je naam op de lijst met Erasmiaanse Namen?’ Op hun voorspraak werd de allerlaatste en allerjongste Erasmiaan toegevoegd aan de lijst met oorlogsslachtoffers: Salomon Louis Kets de Vries (1929-1943). Met eindeloos geduld hielpen zij met het opbouwen en afbreken van de tentoonstelling. Het was zeer plezierig om met hen samen te werken.

 

Dank aan de fondsen

Erasmiaanse Namen is mede mogelijk gemaakt door vfonds (het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg), Elise Mathilde Fonds en de Erasmusstichting.

 

 

 

 

 

foto’s van de tentoonstelling: carine hekker fotografie

foto’s van Betty Vos-Vieijra, Paul Vos en Arthur Trijbits: gepubliceerd met toestemming van de geportretteerden en de makers

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *